Jûjî

çopik

zelfstandig naamwoord
  1. ahmak / aptal

    de
    Hölzchen
    en
    dimwit / opaque
    kmr
    bale, debeng, qewe, honîk, koden, ehmeq, fodil, gewc, bomik, xêt, xêtik, xêv, xêvik, xirexavî, ev dal, koz, bûdela

Herkomst

Ji çop + -ik.

Bron en licentie

Dit lemma komt uit Wîkîferheng/Wiktionary en valt onder CC BY-SA 4.0. Bron: Wîkîferheng. Onze afgeleide gegevens delen we onder dezelfde licentie.