Jûjî

antîjen

/ɑːntiːˈʒɛn/

zelfstandig naamwoord
  1. antijen

    de
    Abwehrstoff / Antigen
    en
    antigen
    kmr
    dijpeydaker, antîkor

Herkomst

Ji antî + -jen.

Bron en licentie

Dit lemma komt uit Wîkîferheng/Wiktionary en valt onder CC BY-SA 4.0. Bron: Wîkîferheng. Onze afgeleide gegevens delen we onder dezelfde licentie.