Jûjî

bandaj

/bɑːnˈdɑːʒ/

zelfstandig naamwoord
  1. bandaj / bağ

    de
    Bandage / Wickel
    en
    splint / bandage
    kmr
    girê, pêç, pêçank, gûsik, girêk, girêdan, bestin

Voorbeelden

  • Ji bo ku van her du ciwanikan nebînim, rabim çavên xwe ‘bandaj’ bikim?

Herkomst

Ji fransî bandage.

Verwante woorden

Bron en licentie

Dit lemma komt uit Wîkîferheng/Wiktionary en valt onder CC BY-SA 4.0. Bron: Wîkîferheng. Onze afgeleide gegevens delen we onder dezelfde licentie.

bandaj — Koerdisch woordenboek · Jûjî