Jûjî

bihurî

/bɘhʊˈɾiː/

zelfstandig naamwoord
  1. verleden

    de
    Vergangenheit
    tr
    geçen / geçmiş / mürur / geçkin
    kmr
    çûyî, din, dîtir, derbasbûyî, raborî, borî

Herkomst

bi- +hur +-î

Bron en licentie

Dit lemma komt uit Wîkîferheng/Wiktionary en valt onder CC BY-SA 4.0. Bron: Wîkîferheng. Onze afgeleide gegevens delen we onder dezelfde licentie.