Jûjî

bikator

/bɘkɑːˈtoːɾ/

zelfstandig naamwoord
  1. ibikli

    kmr
    bipûşî, bikimik, bitarik, bikatar

Herkomst

bi- +ka +-tor

Bron en licentie

Dit lemma komt uit Wîkîferheng/Wiktionary en valt onder CC BY-SA 4.0. Bron: Wîkîferheng. Onze afgeleide gegevens delen we onder dezelfde licentie.