Jûjî

bitûjik

bijvoeglijk naamwoord
  1. gezackt / vorspringend

    kmr
    bi diran, bi tîş, bi pozik

Herkomst

Ji bi- + tûjik.

Bron en licentie

Dit lemma komt uit Wîkîferheng/Wiktionary en valt onder CC BY-SA 4.0. Bron: Wîkîferheng. Onze afgeleide gegevens delen we onder dezelfde licentie.