Jûjî

cihî

/d͡ʒɘˈhiː/

bijvoeglijk naamwoord
  1. lokaal / plaatselijk

    de
    örtlich
    en
    local
    tr
    lokal / mahalli / yerel
    kmr
    cîgayî, mihelî, deven, mehclî, cîgeyî, mehelî, lokal

Herkomst

Ji cih + -î.

Bron en licentie

Dit lemma komt uit Wîkîferheng/Wiktionary en valt onder CC BY-SA 4.0. Bron: Wîkîferheng. Onze afgeleide gegevens delen we onder dezelfde licentie.

cihî — Koerdisch woordenboek · Jûjî