Jûjî

fêtî

zelfstandig naamwoord
  1. shame / disgrace / reproach / baseness

    kmr
    rewşa fêtbûnê, eybî, şermî, fedî, şermezarî, rûreşî

Herkomst

Ji fêt + -î

Verwante woorden

Andere schrijfwijzen

Bron en licentie

Dit lemma komt uit Wîkîferheng/Wiktionary en valt onder CC BY-SA 4.0. Bron: Wîkîferheng. Onze afgeleide gegevens delen we onder dezelfde licentie.

fêtî — Koerdisch woordenboek · Jûjî