Jûjî

favorî

zelfstandig naamwoord
  1. geliefkoosd / lievelings- / uitverkoren

    de
    Favorit
    en
    favorite / favourite
    tr
    favori
    kmr
    bijare, tercîhkirî, xweşdivî, xoşewîst, hezkirî, berdilî, hêja, jêhatî, hezkirî, bihagiran, nirxbilind, favorît

Herkomst

Ji fransî favori.

Bron en licentie

Dit lemma komt uit Wîkîferheng/Wiktionary en valt onder CC BY-SA 4.0. Bron: Wîkîferheng. Onze afgeleide gegevens delen we onder dezelfde licentie.