Jûjî

gîh

/ˈɡiːh/

voornaamwoord
  1. allemaal / iedereen / al / alle

    de
    alle / alles / ganz / gänzlich
    en
    all / her / all around / totally
    tr
    hepsi / alay / amme / bütün
    kmr
    hemû, tev

Verwante woorden

Bron en licentie

Dit lemma komt uit Wîkîferheng/Wiktionary en valt onder CC BY-SA 4.0. Bron: Wîkîferheng. Onze afgeleide gegevens delen we onder dezelfde licentie.