Jûjî

hejarî

zelfstandig naamwoord
  1. armoede / ellende

    de
    Armut / Dürftigkeit / Mangel / Elend
    en
    poverty / misery / weakness / meekness
    tr
    fakirlik / sefalet / yoksulluk / ezginlik
    kmr
    xizanî, belingazî, feqîrî, rebenî, mezulî, perîşanî, şerpezetî, jarî, nedarî, ne zengînî, ne dewlemendî, rewşa hejaran

Herkomst

Ji hejar + -î

Verwante woorden

Andere schrijfwijzen

Bron en licentie

Dit lemma komt uit Wîkîferheng/Wiktionary en valt onder CC BY-SA 4.0. Bron: Wîkîferheng. Onze afgeleide gegevens delen we onder dezelfde licentie.

hejarî — Koerdisch woordenboek · Jûjî