Jûjî

hevrik

/hɛvˈɾɘk/

1.bijvoeglijk naamwoord
  1. muarız / rakip

    de
    Gegenüber / Gegnerin / Wettbewerber
    en
    opponent / rival / contender / contestant
    kmr
    dijberên hev, kesên yan tiştên dijî hev

Herkomst

Ji hev- + rik.

Verwante woorden

2.zelfstandig naamwoordmannelijk/vrouwelijkMeervoud: hevrik
  1. competitor, rival, opponent

Herkomst

From hev + rik.

Bron en licentie

Dit lemma komt uit Wîkîferheng/Wiktionary en valt onder CC BY-SA 4.0. Bron: Wîkîferheng. Onze afgeleide gegevens delen we onder dezelfde licentie.