Jûjî

mîr

/ˈmiːɾ/

1.bijvoeglijk naamwoord
  1. sax, saxlem, bisilamet

2.zelfstandig naamwoord
  1. prins

    de
    Fürst
    en
    prince
    tr
    prens / şehzade
    kmr
    prens, key, paşa, qiral, melik, padîşa, serok, serdar, serwer, pêşeng, pêşewa

Voorbeelden

  • Şivan xwe gihand Birca Belek û derket xafa Mîr.

Herkomst

Çavkanî *Chyet, Michael L. (2003): Kurdish-English Dictionary, Ferhenga Kurmancî-Inglîzî, Yale University Press, r. 396.

Verwante woorden

Bron en licentie

Dit lemma komt uit Wîkîferheng/Wiktionary en valt onder CC BY-SA 4.0. Bron: Wîkîferheng. Onze afgeleide gegevens delen we onder dezelfde licentie.