Jûjî

merem

/mɛˈɾɛm/

zelfstandig naamwoord
  1. bedoeling / doel

    de
    Absicht / Behuf
    en
    intention / intent / purpose / aim
    tr
    maksat / gaye / erek / garaz
    kmr
    mebest, mexsed, niyet, bayist, armanc, hedef, daxwaz

Voorbeelden

  • Merema we çi ye?

  • Merema min bi vê nivîsarê ne rexnekirina we ye lê dixwazim çend pêşniyaran bikim.

Herkomst

Ji erebî مرام (meram) ji me- + رام (rame, “xwastin, daxwaz kirin, dil kirin”). Bidin ber meqsed, mebest.

Verwante woorden

Afleidingen

Andere schrijfwijzen

Bron en licentie

Dit lemma komt uit Wîkîferheng/Wiktionary en valt onder CC BY-SA 4.0. Bron: Wîkîferheng. Onze afgeleide gegevens delen we onder dezelfde licentie.