Jûjî

mizmizokî

/mɘzmɘzoːˈkiː/

zelfstandig naamwoord
  1. mızmızlık / naz hastası

    kmr
    çîzokî, çîzçîzokî, pitpitoktî, mortmortoktî, mizmizî

Herkomst

Ji mizmizok + -î

Bron en licentie

Dit lemma komt uit Wîkîferheng/Wiktionary en valt onder CC BY-SA 4.0. Bron: Wîkîferheng. Onze afgeleide gegevens delen we onder dezelfde licentie.