Jûjî

nutq

/nʊtq/

zelfstandig naamwoordmannelijkMeervoud: nutq
  1. diskur / söylev / hitabe / nutuk

    de
    Deklamation / Festrede / Vortrag
    en
    speech, lecture, allocution, oration
    kmr
    gotar, rapeyv, axivîn, axaftin, gotin, hîtab, peyivîn, pêşkêşkirin
  2. disquisition

Voorbeelden

  • Dêma wî nema çu ab û rengekNutqa wî nema cewab û dengek

Herkomst

From Arabic نُطْق (nuṭq).

Bron en licentie

Dit lemma komt uit Wîkîferheng/Wiktionary en valt onder CC BY-SA 4.0. Bron: Wîkîferheng. Onze afgeleide gegevens delen we onder dezelfde licentie.