Jûjî

pîrek

zelfstandig naamwoord
  1. vrouw / echtgenote

    de
    Frau / Weib
    en
    woman / old woman
    tr
    avrat / familya / kadın / karı
    kmr
    jin, kebanî, bermalî, afret, kuflet, kulfet, kabanî, kavanî, kevanî

Voorbeelden

  • Pîrek û du zarok bûn.

  • Pîrek û neviyê xwe.

Verwante woorden

Bron en licentie

Dit lemma komt uit Wîkîferheng/Wiktionary en valt onder CC BY-SA 4.0. Bron: Wîkîferheng. Onze afgeleide gegevens delen we onder dezelfde licentie.