Jûjî

pak

bijvoeglijk naamwoord
  1. schoon / proper / puur / rein

    de
    rein / reinlich / sauber / einwandfrei
    en
    clean / pure / untainted / cleanly
    tr
    temiz / iyice / pak / arı
    kmr
    paqij, bijûn, temîz, xawên

Voorbeelden

  • Tu çewa yî? − Pak im.

  • Hewa çewa ye? − Pak e.

Herkomst

proto-îranî:; partî: pewag; pehlewî: pak, pakih ("pak, paqij"); farisî: pak ("pak, paqij"); kurmancî: pak, paqij ("pak, paqij"); soranî: pak ("pak, paqij"); zazakî: pak ("pak, paqij")

Verwante woorden

Bron en licentie

Dit lemma komt uit Wîkîferheng/Wiktionary en valt onder CC BY-SA 4.0. Bron: Wîkîferheng. Onze afgeleide gegevens delen we onder dezelfde licentie.