Jûjî

parî

/pɑːˈɾiː/

zelfstandig naamwoord
  1. banak / çiğnemlik / kırıntı / lokma

    de
    Bissen / Schlurf / Stückchen / Krume
    en
    morsel / mouthful / dip / gobbet
    kmr
    parçe, pirt, qed, ker

Voorbeelden

  • Pariyek nanî.

  • Tenê gava nimûneyeke nû ji dermansaz tê, pariyek disekine.

Herkomst

Ji (2) par + -î.

Bron en licentie

Dit lemma komt uit Wîkîferheng/Wiktionary en valt onder CC BY-SA 4.0. Bron: Wîkîferheng. Onze afgeleide gegevens delen we onder dezelfde licentie.