Jûjî

qehpik

/qɛhˈpɪk/

zelfstandig naamwoordvrouwelijk
  1. whore

  2. prostitute

Herkomst

From Arabic قَحْبَة (qaḥba).

Bron en licentie

Dit lemma komt uit Wîkîferheng/Wiktionary en valt onder CC BY-SA 4.0. Bron: Wîkîferheng. Onze afgeleide gegevens delen we onder dezelfde licentie.