Jûjî

sîtil

/siːˈtɪl/

zelfstandig naamwoordvrouwelijk
  1. pail, bucket

    kmr
    Guhartoyeke setil.

Herkomst

From Arabic سطل (saṭil), from Byzantine Greek σίτλα (sítla), from Vulgar Latin *sitla from Latin situla.

Bron en licentie

Dit lemma komt uit Wîkîferheng/Wiktionary en valt onder CC BY-SA 4.0. Bron: Wîkîferheng. Onze afgeleide gegevens delen we onder dezelfde licentie.