Jûjî

tîş

/tiːʃ/

zelfstandig naamwoordvrouwelijk
  1. lime / yırtmaç / yarık

    en
    crack, split, fissure
    kmr
    rîtol, zîvar, pirtî, qîş, tîşik, dir

Herkomst

Ji t + -îş.

Bron en licentie

Dit lemma komt uit Wîkîferheng/Wiktionary en valt onder CC BY-SA 4.0. Bron: Wîkîferheng. Onze afgeleide gegevens delen we onder dezelfde licentie.