Jûjî

xaîbî

zelfstandig naamwoord
  1. absentie / afwezigheid / uitstedigheid / mangel

    de
    Absenz / Abwesenheit / Nichtvorhandensein / Fehlen
    en
    absence
    tr
    bulunmayış / yokluk / gaiplik
    kmr
    xaîbbûn, nemewcûdî, nehazirî, neamadeyî, hindayî, nediyarî, beşdarnebûn, xiyab, absans, qeybî

Herkomst

Ji xaîb + -î, ji erebî غائب (ğaîb)

Verwante woorden

Bron en licentie

Dit lemma komt uit Wîkîferheng/Wiktionary en valt onder CC BY-SA 4.0. Bron: Wîkîferheng. Onze afgeleide gegevens delen we onder dezelfde licentie.