Jûjî

zil

/ˈzɘl/

zelfstandig naamwoord
  1. riet / bamboe

    de
    Schilfrohr / Bambus
    en
    speck / splinter / bamboo / rattan
    tr
    kamış / bambu / kamışçık / klitoris
    kmr
    darikê pirr zirav (wek yê şixatê)

Voorbeelden

  • Dema wî bu cara ekê Dihok dîtî, bi çavêt zil sehdikire cihên wê.

Verwante woorden

Synoniemen

Andere schrijfwijzen

Bron en licentie

Dit lemma komt uit Wîkîferheng/Wiktionary en valt onder CC BY-SA 4.0. Bron: Wîkîferheng. Onze afgeleide gegevens delen we onder dezelfde licentie.