Jûjî

zimankuj

/zɪmɑːnˈkʊʒ/

zelfstandig naamwoordmannelijk/vrouwelijk
  1. linguicide (person who kills a language)

Herkomst

ziman + -kuj

Bron en licentie

Dit lemma komt uit Wîkîferheng/Wiktionary en valt onder CC BY-SA 4.0. Bron: Wîkîferheng. Onze afgeleide gegevens delen we onder dezelfde licentie.