Jûjî

zirar

/zɘˈɾɑːɾ/

zelfstandig naamwoordmannelijk
  1. schade / verlies

    de
    Schaden
    en
    damage, destruction
    tr
    zarar / hasar
    kmr
    Guhartoyeke zerer.

Herkomst

From Arabic ضرر (ḍarar).

Bron en licentie

Dit lemma komt uit Wîkîferheng/Wiktionary en valt onder CC BY-SA 4.0. Bron: Wîkîferheng. Onze afgeleide gegevens delen we onder dezelfde licentie.