Jûjî

ziya

/ziˈjɑː/

1.bijvoeglijk naamwoord
  1. zêde, ziyad, gelek, pir

Herkomst

Ji erebî زِيادة (ziyāda)

2.zelfstandig naamwoord
  1. draak / lichtstraal

    de
    Drache / Lichtstrahl
    en
    dragon / beam / ray
    tr
    ejder / ziya
    kmr
    ejdeha

Voorbeelden

  • Marekî wisa mezin bû însan digot qey ziya ye.

Herkomst

Ji avestayî 𐬀𐬲𐬌 (aži)

Verwante woorden

Andere schrijfwijzen

Bron en licentie

Dit lemma komt uit Wîkîferheng/Wiktionary en valt onder CC BY-SA 4.0. Bron: Wîkîferheng. Onze afgeleide gegevens delen we onder dezelfde licentie.