Jûjî

ibtida

zelfstandig naamwoord
  1. aanvang / begin / ontstaan

    de
    Anfang / Beginn
    en
    beginning / commencement / start
    tr
    başlangıç / bidayet / primitif
    kmr
    destpêk, pêşî, sereta, ser, bidayet, serekanî, cihê yan qonaxa tiştek jê tê

Voorbeelden

  • Xelqno! Ne dûr e, hazir eEw wahid e û bê îbtîdaHer çî bikit ew qadir e

Herkomst

Ji erebî اِبْتِدَاء (ibtidāʔ).

Verwante woorden

Afleidingen

Andere schrijfwijzen

Bron en licentie

Dit lemma komt uit Wîkîferheng/Wiktionary en valt onder CC BY-SA 4.0. Bron: Wîkîferheng. Onze afgeleide gegevens delen we onder dezelfde licentie.