Jûjî

can

/ˈd͡ʒɑːn/

1.bijvoeglijk naamwoord
  1. giyan, ruha min, hêja, qurban, ez-heyran, birêz, rêzdar

2.zelfstandig naamwoordmannelijk
  1. ziel / geest

    de
    Seele
    en
    spirit
    tr
    ruh / can / tin
    kmr
    giyan, ruh, saxî, rih, jiyan, jîn, gan (2)
  2. schat

    de
    Liebling
    en
    dear
    tr
    canım
  3. A suffix for showing endearment mostly used by children towards family members

Voorbeelden

  • Bra can!

  • Bavo can

  • Daê can

Herkomst

Ji farisî جان. Ji bo teşeya xwemalî binêre: giyan (ji kurmancî *wyaHnáH, *wi + *HanH- (“henase girtin”)).

Verwante woorden

Bron en licentie

Dit lemma komt uit Wîkîferheng/Wiktionary en valt onder CC BY-SA 4.0. Bron: Wîkîferheng. Onze afgeleide gegevens delen we onder dezelfde licentie.